Zoeken:
Begin hoofdinhoud

Mijn bijdrage aan veiligheid is continu voorbereiden op een mogelijke crisis

Voor veel mensen is het vanzelfsprekend wie er in actie komt bij een crisis of ramp: politie, brandweer en ambulance. Minder zichtbaar, maar minstens zo essentieel, is de rol van Bevolkingszorg. Het team zorgt dat de 21 gemeenten van onze regio zijn voorbereid op crisis – van opvang tot crisiscommunicatieMarla Ringburg, coördinator Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO), staat midden in dat werk.

 

“De 21 gemeenten van onze veiligheidsregio hebben een algemene zorgplicht naar de bevolking toe,” legt Marla uit. “En dat geldt al helemaal bij rampen en crises. Alles wat een gemeente op dat vlak regelt, valt onder Bevolkingszorg.” Waar hulpdiensten zich richten op directe bestrijding van incidenten, draait het bij Bevolkingszorg om alles daaromheen. Marla: “Wij vullen processen in zoals crisiscommunicatie en het opvangen van mensen. Eigenlijk alles waar een gemeente mee te maken krijgt tijdens een crisis.” Die processen staan of vallen met goed getrainde mensen. En precies daar ligt haar verantwoordelijkheid. “Ik schrijf jaarplannen, ontwikkel trainingen en geef ze ook. Zo zorgen we dat bijvoorbeeld algemeen commandanten Bevolkingszorg, vaak gemeentesecretarissen, weten wat ze moeten doen. We houden de zogenoemde oranje kolom vakbekwaam.” Jaarlijks organiseert het team zo’n zestig OTO-activiteiten en worden ruim 255 functionarissen getraind. Achter die cijfers schuilt een organisatie die continu werkt aan paraatheid.

Met en voor elkaar

Toch blijft het werk relatief onbekend. “Iedereen weet wat politie of brandweer doet, maar Bevolkingszorg is vaak minder zichtbaar. Terwijl wij toch veel processen hebben,” zegt ze. “We zijn vooral ondersteunend. We komen bijvoorbeeld pas in actie als er om opvang wordt gevraagd.” Juist in die ondersteunende rol schuilt een risico. “Bij crisiscommunicatie moet je mensen een handelingsperspectief bieden. Maar daar zit ook het grootste afbreukrisico voor een burgemeester. Als dat niet goed gaat, heeft dat direct impact.” Binnen de veiligheidsregio werkt Marla met een compact team van acht mensen. Samen coördineren zij een netwerk dat veel groter is. “We werken nauw samen met ambtenaren rampenbestrijding van de gemeenten. Dat maakt het soms ingewikkeld: waar ligt de grens tussen gemeente en veiligheidsregio? Draagvlak behouden, is dan niet altijd eenvoudig. Maar we moeten het mét en voor elkaar doen.” Die samenwerking is de afgelopen jaren flink veranderd. Waar gemeenten vroeger ieder voor zich hun crisisorganisatie optuigden, gebeuren veel meer taken nu gemeenschappelijk. “Er is ooit berekend dat er bijna 3.000 mensen nodig zouden zijn voor 21 gemeenten,” vertelt Marla. “Nu doen we het met 125 mensen. Door processen slimmer samen aan te pakken. Dat laat zien hoe belangrijk samenwerking is.”

Mijn beste zet ooit

Zelf kwam ze ruim veertien jaar geleden min of meer toevallig in het vak terecht. “Ik werkte als projectmanager bij een gemeente en solliciteerde bij de veiligheidsregio. Ik wist eigenlijk niet eens wat de oranje kolom was,” zegt ze lachend. “Maar ik was wel heel erg geïnteresseerd in alles wat met veiligheid te maken had. Daarnaast sprak het trainen en oefenen me aan. Mijn ouders komen uit het onderwijs, dus dat zat er misschien al in.” Die keuze bleek bepalend voor haar loopbaan. “Het was de beste zet ooit. In het begin werkten we met drie mensen en waren we echt aan het pionieren. We moesten alles zelf bedenken. Inmiddels zijn we veel verder geprofessionaliseerd, maar het teamgevoel is gebleven.” Haar interesse in veiligheid ontstond al eerder. “Politie vond ik altijd interessant, maar ik zag mezelf niet op straat. Daarom ging ik bestuurskunde studeren. De opleiding integrale veiligheid bestond toen nog niet echt, hooguit een module met dat onderwerp.” Wat haar werk bijzonder maakt, is de combinatie van vrijheid en dynamiek. “We hebben hier veel ruimte om plannen te ontwikkelen. Minder strak dan bij een gemeente. We zitten echt in de actiemodus. De diversiteit en flexibiliteit is enorm, geen dag is hetzelfde.” Die flexibiliteit is volgens haar ook noodzakelijk. “We zijn eigenlijk ad hoc-medewerkers. Elke keer opnieuw moeten we schakelen en inspelen op wat er gebeurt.”

Comfortabel laten voelen

De impact van haar werk is groot, al blijft die vaak buiten beeld. “We bereiden ons continu voor op mogelijke crises. Daar heb je goed getrainde mensen voor nodig. Anders kun je zo’n situatie niet managen,” zegt ze. “Daarnaast zorg ik dat mensen zich comfortabel voelen in hun rol. Dat is minstens zo belangrijk.” Volgens Marla gebeurt dat op een pragmatische manier. “We werken met belastinggeld, dus we moeten hier zorgvuldig mee omgaan. Maar onze betrokkenheid is groot. Dat geldt voor het hele team.” Ze benadrukt dat de veiligheidsregio geen op zichzelf staande organisatie is. “Wij zíjn verlengd lokaal bestuur. Dus werken voor en samen met 21 gemeenten. We hebben elkaar nodig.” Die onderlinge afhankelijkheid wordt steeds belangrijker, zeker nu thema’s als weerbaarheid hoger op de agenda staan. “We leven in interessante tijden,” zegt ze. “Net zoals tijdens corona. Dat was intens, maar ook een periode waarin we echt konden laten zien wat Bevolkingszorg betekent.” Tijdens de pandemie speelde haar team een cruciale rol in het vertalen van landelijke maatregelen naar lokaal beleid. “Elke nieuwe regel moesten wij vertalen voor 21 gemeenten, en dat moest juridisch kloppen. We hebben nachten doorgewerkt. Er was veel saamhorigheid.”

Teamgevoel van onschatbare waarde

“Mensen zien niet altijd wat er op de achtergrond gebeurt,” zegt ze. Frustrerend vindt ze dat niet per se, maar het leidt soms wel tot onbegrip. “Neem de discussie over noodpakketten. Sommige mensen vinden dat onzin, maar ik heb er zelf één in huis.” Haar motivatie is praktisch. “Als er iets gebeurt, moet ik kunnen werken. Dan moeten thuis de basiszaken zijn geregeld; eten, drinken. Anders kan ik mijn werk niet doen,” legt ze uit. “En bovendien: het is niet de vraag óf er iets gebeurt, maar wanneer. Op één of andere manier krijgen we ermee te maken.” Dat besef wordt versterkt door de kwetsbaarheid van de regio. “We zitten hier in een gevoelige omgeving. Denk aan stroomstoringen of andere verstoringen. Daar moeten we op voorbereid zijn.” Sommige gebeurtenissen laten meer indruk achter dan andere. Marla noemt de avondklokrellen tijdens de coronaperiode als een dieptepunt. “Zoveel woede, gericht tegen onschuldige mensen. De vernielingen waren echt ongelooflijk. Daar kon ik heel boos om worden.” Op zulke momenten bleek het teamgevoel van onschatbare waarde. “We hebben een hecht team dat elkaar opvangt. Dat is belangrijk, want we werken met en voor mensen. Dat mogen we nooit vergeten.” Ondanks de soms zware omstandigheden blijft haar motivatie onverminderd. “Mijn bijdrage aan veiligheid is groot, maar wel op een gezonde manier,” zegt ze. “We doen het samen, en we doen het omdat het nodig is.”